Inde jaren negentig was het Montignac-dieet de manier om af te vallen. Het dieet dat door de Fransman Michel Montignac was ontwikkeld bleek voor veel mensen een erg succesvolle methode om gewicht te verliezen. Andere dieten hebben sindsdien voortgeborduurd op de ideeen van Michel Montignac. Zo komen we de onderverdeling tussen goede en slechte koolhydraten tegenwoordig terug in het South Beach-dieet.
Het Montignac-dieet stelt dat je dik wordt van een combinatie van vet en bepaalde ’slechte’ koolhydraten. De duidelijke stelregel van dit dieet is dan ook: kies voor goede koolhydraten en laat de slechte staan. Klinkt simpel, maar dat is het niet. Onder goede koolhydraten verstaat Montignac: zilvervliesrijst, volkoren pasta, havervlokken, bruine en witte bonen, linzen, erwten, pinda’s, fruit, volkoren en roggebrood. Onder slechte koolhydraten vallen bijvoorbeeld: aardappelen, witte rijst, pasta, kaas, rode bietjes, pompoen, tuinbonen, wit en lichtbruin brood, bananen, gedroogd fruit, honing, jam en suiker. Suiker wordt bij dit dieet als erg slecht beschouwd.
Veel fruit
Het goede aan het Montignac-dieet is het advies om veel groente, fruit, peulvruchten en volkorenproducten te eten en de hoeveelheid verzadigd vet in voeding te beperken. Op korte termijn zal dit dieet altijd leiden tot gewichtsvermindering. Je krijgt namelijk minder calorieen binnen. Daar staat wel tegenover dat er door een scheiding van vetten en koolhydraten, heel veel dingen niet samen gegeten kunnen worden. Een boterham met kaas en een maaltijd met vlees, groente en aardappelen zijn taboe. Dat maakt Montignac tot een ingewikkeld dieet.
Glycemische index
Voor Michel Montignac draait het bij afslanken niet alleen om de beperking van calorieen. Hij zegt dat je veel meer waarde moet hechten aan de zogenaamde glycemische index van koolhydraten. Het Montignac-dieet kent twee fasen, die hieronder nader zijn uitgewerkt. Michel Montignac zegt dat je niet zo moet letten op de hoeveelheid calorieen die je binnen krijgt. Volgens hem moet je meer waarde hechten aan de zogenaamde glycemische index van koolhydraten. De glycemische index is een maat die bepaalt hoe hoog de snelheid is waarmee het bloedglucosegehalte stijgt na consumptie van koolhydraten. Montignac scheidt ook de goede koolhydraten (GI lager dan 50) en de slechte koolhydraten (GI boven de 50), dit is de basis van het dieet. Ook adviseert Montignac altijd het scheiden van koolhydraten en vetten in een maaltijd.
Kritiek
- Hoewel het Montignac-dieet veel voorstanders kent (het werkt namelijk wel!), is het dieet altijd mikpunt van scherpe kritiek geweest. Zo is wetenschappelijk nooit aangetoond dat je afvalt van het scheiden van vetten en koolhydraten. Die scheiding is bovendien niet praktisch. Een boterham met kaas, of een maaltijd van aardappelen, groente en vlees mogen niet. Een ander kritiekpunt is dat je een relatief hoog eiwit- en vetgehalte binnenkrijgt. Dat het Montignac-dieet nog altijd populair is, komt omdat je snel veel gewicht kunt verliezen.
Fase 1: De afslankfase
- Deze eerste fase moet minstens drie maanden worden volgehouden, omdat de alvleesklier tijd nodig heeft om te stabiliseren. Na deze drie maanden kun je jezelf heel af en toe wel een zonde permitteren ook al moet je nog verder afslanken. In fase 1 zijn twee verschillende soorten maaltijden: de koolhydraat maaltijden en de vetmaaltijden.
Fase 2: De onderhoudsfase
- Op gewicht dan kun je langzaam aan fase 2 beginnen. Dit houd in dan je dan vetten mag combineren met alle goede koolhydraten en ook af en toe een overtreding kan permitteren. Doe dit vooral in het begin rustig aan, want anders heb je kans dat je weer aankomt.
Hierbij Aantal tips die je kunnen helpen om via het Montignac-dieet eenvoudig af te vallen:
- Als je lijnt wil je geen honger hebben en het liefst ook geen (lekkere) trek. Toch steken deze verschijnselen soms meer dan je lief is de kop op. Gelukkig is het mogelijk om deze verschijnselen enig weerstand te bieden. Door je eetpatroon iets aan te passen, kun je je hongergevoelens redelijk de baas blijven.
- Eet veel vezels
Vezels bevatten weinig calorieen en ze geven vulling aan de maag en de darmen. Hierdoor voel je je langer verzadigd, zodat je automatisch minder eet. Verder hebben vezels een gunstig effect op de bloedsuikerspiegel, waardoor het verzadigingsgevoel ook om deze reden langer aanhoudt. - Snack me groenten. In groenten en fruit zitten veel voedingsvezels en hebben maar weinig calorieen. Ze zijn zeer geschikt om de lekkere trek te stillen. Je kunt daarbij denken aan wortels, paprika, komkommer of een salade. Bovendien zijn deze producten bevorderlijk voor een goede gezondheid.
- Drink bij een vezelrijke voeding extra veel. Vezels nemen water (vocht) op als een spons. Wanneer je onvoldoende drinkt, blijft er niet genoeg water voor het lichaam over. Drink minstens 1,5 a 2 liter per dag. Koffie en thee kunnen daarin worden meegerekenrd.
- Beperk suiker
Suiker is een echte dikmaker. Bovendien komt er na het eten van suiker veel insuline vrij. Dit is niet gunstig, want dit hormoon kan de eetlust verhogen. Ofwel, van suiker eet je eerder te veel. Dit gaat ongeveer als volgt: Normaal gesproken blijft voedsel een tijd lang in de maag en in de darmen. Het moet eerst verteerd worden om naar het bloed te kunnen. Dit gebeurt beetje bij beetje. Het bloed ontvangt daardoor geleidelijk aan energie. Bij suiker geldt dit niet. Na het eten komt alles in een keer in het bloed terecht. De bloedsuikerspiegel wordt daardoor snel verhoogd. Een hoge bloedsuikerspiegel is niet goed voor de aderen. Daarom moet het suikergehalte zo snel mogelijk dalen. De alvleesklier is daar verantwoordelijk voor en doet dat met behulp van het hormoon insuline.
(Bronnen: opdieet.nl en dieetwijzer.nl)

huidverzorging