1. Troosteten ontstaat door chronische stress. We eten alles op wat we tegenkomen, omdat we ons bijvoorbeeld niet gezien of gehoord voelen.
2. Troosteten is het verdrijven van onrust en staat gelijk aan roken, te veel werken, doelloos t.v. kijken, eindeloos slapen of ruziemaken,
3. We ´troosteten` om even niks te voelen: het is met je verstand op nul kauwen en slikken er er na verloop van tijd achterkomen dat je een heel pak koekjes ( of een hele zak zoutjes) hebt opgegeten.
4. Het is belangrijk om op zoek te gaan naar je stressfactor als je de neiging hebt om te `troosteten´. Als je eet om te vergeten hoeveel werk er nog op je ligt te wachten, ga dan op zoek naar andere vormen om die stress te hanteren: ga een stukje fietsen, doe wat yoga-oefeningen, schrijf wat in een dagboek of bel een vriendin.
5. Er is geen wet die zegt dat je moet troosteten als je onrust voelt. Het is puur een vluchtweg. Je weet al wat er gebeurt als je gaat eten, dus probeer de onrust eens uit te zitten. Waarschijnlijk is je eerste neiging op zoek te gaan naar andere vluchtwegen, maar die kun je bewust links laten liggen. Op dat moment komen waarschijnlijk allerlei verschillende emoties bovendrijven: woede, teleurstelling of verdriet. Laat dat gebeuren. Maar ruimte, want als je je onrust ruimte geeft, lost het zich op. Het gevoel van boosheid verdwijnt, omdat je je openstelt voor de oorzaak ervan en nieuwe oplossingen ziet. Je begrijpt jezelf hierdoor beter en dat maakt het leven een stuk minder gecompliceerd.
(Bron: libelle)